Circado

Circado is een theatrale muziekwandeling. Tijdens de wandeling hoort het publiek muziek, tekst en geluidseffecten en ziet het de scènes van de voorstelling. Elke voorstelling wordt op maat gemaakt voor een bijzondere locatie waar veel over te vertellen is. Onderweg verandert het decor en levert iedere speellocatie een unieke ervaring.
De eerste Circado route loopt rond “het verdronken dorp Leuffen”. Als voorloper van de individuele muziekwandeling, die je op ieder moment kunt lopen, kwamen in 2020 meer dan 450 bezoekers naar de coronavrije groepswandelingen met live optredens.

Circado vertelt de verhalen van de Nederlandse delta, de rivieren, de dijken, de bewoners en hun strijd tegen het water en verre vijanden, de gevolgen van gebiedsdoorsnijdingen en grenscorrecties en veerkracht en vindingrijkheid van de lokale gemeenschap. De uitvoeringen zijn bij historische waterwerken, zoals de “regelkraan van Nederland” die de waterstanden in de grote rivieren bepaalt, de plaats van een fort en een sluis waarmee een gebied onder water kan worden gezet om een vijandelijke invasie tegen te houden, de plaats van een verdronken dorp, een nieuwe brug of een oude dijk. De kern van het verhaal is een universeel fenomeen: het thuisgevoel.
Tijdens de hele wandeling volgen we de muziek. Het Circado Rivierlied gaat over de natuur, het water dat buiten zijn oevers treedt en bewoners aanzet om dijken te bouwen en nieuwe woonplaatsen te zoeken. Het centrale stuk van de voorstellingen in 2021 is de Fanfare, het feestelijke muziekstuk dat de bewoners in hun nieuwe gemeenschappen verbindt. In elke voorstelling is plaats voor meer dan honderd bewoners die het Fanfarestuk spelen, het Rivierlied zingen of in een andere rol.

Altijd onderweg, overal thuis
Leuffen ligt in de Liemers, op de plaats waar de IJssel zich afsplitst van de Rijn. Voor nieuwe Circado voorstellingen volgen wij de rivierloop stroomafwaarts naar het noorden (IJssel) en het westen (Nederrijn, Lek). De locaties van de routes voor de komende jaren, o.a. bij Spoolde (IJssel) en de Diefdijk (Lek), hebben dezelfde typologie als de route rond Leuffen, met rivierstrangen, dijken, doorsnijdingen (spoorlijnen, snelwegen, kanalen), dijkdoorbraken, verdedigingswerken, woon- en natuurgebieden.

Het verdronken dorp
In de Liemers hebben mensen vaak hun spullen moeten pakken, hun huis moeten verlaten om het ergens anders weer op te bouwen. Dat geldt zowel voor het verleden (het verdronken dorp), het heden (langs de Betuweroute) als de toekomst (de nieuwe snelweg). Hoe belangrijk is het een eigen plek te hebben en ergens thuis te zijn? Maakt het uit waar die eigen plek zich bevindt? We horen het ritme van het dagelijks leven, maar dan door alle tijden heen. Soms klinken flarden van het Rivierlied. Hoog boven de Betuweroute horen we een trompettist. De kerkklokken luiden. Is er iemand overleden?
Op de weg naar de dijk fietsen en lopen mensen, ze zijn allemaal onderweg. Soms staan ze even stil, stappen van hun fiets en kijken uit over het landschap. Zij vertegenwoordigen bewoners uit alle tijden. Als we op de dijk komen zijn de mensen verdwenen. Wij zijn het nu zelf. We genieten van het uitzicht, dat tot ons begint te spreken. Het uitzicht vertelt dat het er altijd is geweest. Het hoort bij ons, heeft ons nodig, want is het er wel als er niemand is om het te zien? Het lijkt of de wind tot ons spreekt, de woorden komen van links, van rechts, van boven, van ver, van dichterbij, overal vandaan. Het uitzicht is overal.
We kijken naar het bootje en horen het verhaal van een man die is gaan varen. Waar hij naartoe gaat en of hij nog terugkeert naar zijn huis en zijn gezin is onduidelijk. Misschien weet hij dat zelf ook nog niet. Hij denkt aan de tochtjes die hij vroeger maakte en herinnert zich dat hij bang was met zijn boot tegen de daken van het verdronken dorp te botsen.
In de verte horen we opnieuw de trompet en de kerkklokken. We zijn in de toekomst beland, in een auto die hier over de snelweg rijdt. De automobilist luistert naar een podcast over de geschiedenis van 1945-2045. We horen een dorp langzaam veranderen in een bruisende stad.
De klokken lokken ons terug naar de kerk. In de velden en tussen de bomen langs het Kerkpad lopen musici en zangers. Je ziet ze niet, maar hoort ze wel. We zijn één grote fanfare geworden.


Het Engelse Werk
Het buurtschap Spoolde (Zwolle) ligt niet ver van de plaats waar de IJssel uitmondt in het IJsselmeer. Op de bodem van het IJsselmeer liggen de restanten van vele verdronken dorpen. Ook Zwolle werd regelmatig getroffen door overstromingen. De route door Spoolde gaat rond de voormalige vesting “Het Engelse Werk”, een verdedigingswerk dat is weggespoeld bij een grote overstroming in 1672.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog begon Prins Maurits van Nassau met de aanleg van verdedigingswerken. Deze redouten vormden een keten langs de rivier, de IJssellinie. Werken deed de IJssellinie niet. In de winter van 1624 trok graaf Hendrik van den Bergh met zijn soldaten over de bevroren rivier. Na de Tweede Wereldoorlog werd opnieuw een IJssellinie aangelegd, nu als onderdeel van de NAVO-verdediging tegen Russische tanks. De Nederlandse regering liet in het grootste geheim verdedigingswerken en schuilkelders bouwen. Russische tanks zijn bij Spoolde nooit gesignaleerd.
Bij de inpolderingsplannen van Flevoland was in de jaren zestig al een spoorlijn ingetekend tussen Lelystad en Zwolle. Pas eind 2003 is het tracé voor de Hanzelijn vastgesteld. De oude spoorbrug over de IJssel werd gesloopt om ruimte te maken voor de rivier en vervangen door een nieuwe brug verder stroomopwaarts, de Hanzeboog, die in 2011 in gebruik is genomen.
Spoolde ligt tegenwoordig ingeklemd tussen de IJssel en de provinciale weg N331-N337 en wordt doorsneden door twee kanalen, een snelweg en een spoorweg (de Hanzelijn). De Hanzelijn wordt na het schrappen van de Noordtak van de Betuweroute ook gebruikt voor goederenvervoer. Daardoor rijden er dagelijks meer treinen dan door het gebied rond Leuffen.

De Diefdijk
De Diefdijk (1284) is de belangrijkste binnendijk van Nederland. De 23 kilometer lange dijk doet nog steeds dienst als waterkering die de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden beschermt tegen wateroverlast uit de Betuwe. Het Wiel van Bassa, ontstaan bij doorbraken in 1571 en 1573, is de grootste door dijkbreuk ontstane kolk in Nederland. Voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn in de negentiende eeuw sluizen aangelegd. Op strategische plekken werden forten gebouwd. Het gebied tot Culemborg kon worden geïnundeerd. Aan de oostzijde van de Diefdijk ontstond dan een watervlakte van meer dan vier kilometer breed om de Hollandse steden te beschermen tegen een mogelijke vijandelijke inval. Fort Everdingen ligt op de plek waar de Diefdijk en de Lekdijk samenkomen. Het Fort is tussen 1842 en 1847 gebouwd als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Bij het fort liggen de drie sluizen voor de inundatie van de polder tussen de Diefdijk en Culemborg. In de eerste wereldoorlog werden er vijfhonderd militairen gestationeerd met paarden, wagens en geschut. Maar met de komst van vliegtuigen verloren de polder en de forten hun militaire functie. De forten bij Culemborg, Everdingen en het Spoel bleven echter in militair gebruik doordat zij als thuisbasis gingen dienen van de Explosieven Opruimingsdienst. Iets verderop ligt de snelweg, met een coupure die hoog water kan tegenhouden.